Onze opleidingen en trainingen


Klinische aanpak lezen en spellen: zorg(en) voor onderwijs

Klinische aanpak lezen en spellen: zorg(en) voor onderwijs

Na afloop van de cursus ben je op de hoogte van nieuwe wetenschappelijke inzichten rondom lees- en spellingonderwijs en dyslexiezorg, en kun je de koppeling met de praktijk te maken. Je kunt concreet beschrijven hoe dit er in de toekomst uit zou moeten zien binnen zowel onderwijs als zorg.

Werken met de WISC V

Werken met de WISC V

Na afloop van de training ben je in staat op voorgeschreven en goede wijze de WISC-V af te nemen met als doel een betrouwbaar en valide beeld te krijgen van de intelligentie.

Dyslexie en hoogbegaafdheid

Dyslexie en hoogbegaafdheid

Tijdens deze training krijg je, aan de hand van literatuur en uitleg, inzicht in de achterliggende theorieën rondom hoogbegaafdheid.

Dyslexiebehandeling en de lees- en spellingmethode

Dyslexiebehandeling en de lees- en spellingmethode

Als behandelaar krijg je te maken met verschillende scholen en de wijze waarop zij hun lees- en spellingonderwijs vormgeven. Tijdens deze training maak je kennis met de meest gebruikte lees- en spellingmethoden.

Leestechnieken, leesstrategieën en leesmethodieken

Leestechnieken, leesstrategieën en leesmethodieken

In deze cursus gaan we in op het verschil tussen leestechnieken, leesstrategieën en leesmethodieken. Je krijgt inzicht in de verschillende leesstrategieën, leestechnieken en leesmethodieken en de inzet hiervan.

Expliciete Directe Instructie voor dyslexiebehandelaren

Expliciete Directe Instructie voor dyslexiebehandelaren

Na afloop van de cursus beschik je over theoretische kennis van het Expliciete Directe Instructiemodel. Je bent zelf in staat om een goede directe instructie te geven en je bent in staat om onderdelen van dit model toe te passen tijdens je behandelingen.

Blijf op de hoogte!

Nieuws en updates


Wat is dyscalculie en hoe herken je rekenproblemen of dyscalculie?

Wie als orthopedagoog/psycholoog informeert naar de rekenontwikkeling van kinderen, weet als geen ander dat er kinderen zijn die rekenen vlot onder de knie krijgen, maar ook dat er kinderen zijn waarbij rekenen een ontzettende opgave blijft. Elke nieuwe stap lijkt voor nieuwe moeilijkheden te zorgen, en inzicht hebben op waar ze met rekenen nou precies mee bezig zijn, is lastig.

Vroege rekenproblemen

Herken je de kinderen uit groep 1-2 die moeite blijven houden met tellen en die begrippen als ‘meer’, ‘minder’, en ‘evenveel’ maar niet onder de knie krijgen? Die kleine hoeveelheden niet kunnen overzien, moeite hebben met het snel kunnen benoemen van hoeveelheden, of moeite hebben met het onthouden van gecombineerde opdrachten? Die het lastig vinden om te ordenen van klein naar groot en van dik naar dun, en moeite hebben om voorwerpen te groeperen? Deze kinderen vluchten het liefst naar het toilet als de leerkracht aangeeft dat ze gaan rekenen. Ook hebben deze kinderen vaak moeite met tijdsbesef. Welke dag is het ook alweer vandaag en waar zitten we in het dagritme? Is het ochtend, middag of avond?

Rekenproblemen vanaf groep 3

Vanaf groep 3 blijven de problemen met rekenen bij deze kinderen zichtbaar, maar op een andere manier. Het proces van het daadwerkelijk leren rekenen is begonnen en dat vertaalt zich onder andere in moeite met het opschrijven van getallen. 23 wordt dan zomaar 32. Ook kunnen ze moeite hebben met het oplezen van getallen, moeite om de grootte van een getal te doorzien, moeite met de symbolen +, -, x, :, =, moeite met het plaatsen van getallen op een getallenlijn of moeite met het eigen maken van de splitsingen. We zien ook dat ze moeite hebben met het onthouden van de sommen tot 10/20, dat ze lang op de vingers blijven rekenen, moeite hebben met het toepassen van rekenstrategieën en moeite met toepassingen (verhaaltjessommen). Het ontvluchten van rekenactiviteiten door naar het toilet te gaan blijft bestaan, maar wordt vaak versterkt door een groot gevoel van onzekerheid, faalangst en zich dom voelen.

Rekenproblemen of dyscalculie?

Als een kind langere tijd moeite heeft met het leren rekenen, dan kan dat wijzen op een rekenprobleem of dyscalculie. Om het kind goed te kunnen helpen is het noodzakelijk om zeer gericht naar de rekenontwikkeling van het kind te kijken. Juist door aan te sluiten bij wat het kind wel kan en te zorgen voor een aanbod op een juist abstractieniveau, kan de rekenontwikkeling mogelijk weer op gang geholpen worden en kan het kind weer succeservaringen opdoen, waardoor het gevoel van falen en onzekerheid afneemt. Maar wat is dyscalculie precies?

Leerstoornis

Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen berekenen’. Het is net als bij dyslexie een andere term voor ernstige en hardnekkige problemen bij het aanleren van rekenvaardigheden. Deze problemen worden niet veroorzaakt door een gebrek aan intelligentie of te weinig onderwijs. Bij dyscalculie gaat het om ernstige en hardnekkige problemen met het leren en vlot/accuraat oproepen en/of toepassen van reken- en wiskundekennis. Het is een leerstoornis, wat betekent dat het niet overgaat. Dyscalculie komt bij ongeveer 2-3% van de kinderen voor.  

Minder actieve hersengebieden

Dyscalculie is een complexe stoornis, omdat bij rekenen meerdere hersengebieden worden gebruikt. De verschillende hersengebieden zijn bij kinderen met dyscalculie minder actief tijdens het rekenen. Bij rekenen moeten kinderen tekst lezen, getallen herkennen, maar ook met symbolen kunnen werken. Dit vereist samenwerking van meerdere hersengebieden en dat gaat bij kinderen met dyscalculie een stuk moeizamer. Dyscalculie is erfelijk, dus de kans is groot dat er meerdere personen in de familie last hebben van rekenproblemen.

Bekende mensen met dyscalculie

Hans Christian Andersen, Leonardo da Vinci, Cher, Thomas Alva Edison laten zien dat je met dyscalculie net zoveel kunt bereiken als andere mensen. Het kost alleen meer doorzettingsvermogen.

Hoe zit het met jouw kennis van rekenproblemen en dyscalculie?

Als orthopedagoog/psycholoog moet je over voldoende kennis beschikken om kinderen met (ernstige) rekenproblemen goed te kunnen signaleren, onderzoeken en te begeleiden. Het vraagt specifieke kennis over het rekenproces om een kind hierbij goed te kunnen ondersteunen. Wil je hier graag meer over weten? Meld je dan aan voor onze cursus Rekenproblemen en dyscalculie.  

Begaafdheid

Interessante onderzoeksresultaten naar het zelfbeeld en welbevinden van begaafde kinderen

Voor leerkrachten is het welbevinden van alle leerlingen cruciaal voor een optimaal leerklimaat. Is iedereen in de klas blij? Dan zijn zij blij. Maar wat als een leerling meer verdieping op het reguliere onderwijsaanbod nodig heeft? Is een leerling dan begaafd? Wat is begaafdheid eigenlijk? Hoe belangrijk is het voor het welbevinden van een leerling om begaafdheid te erkennen? Als je deze vragen aan verschillende professionals stelt, krijg je verschillende antwoorden. Tijd voor onderzoek!

In dit artikel staat het volgende onderzoek centraal: Kroesbergen, E. H., van Hooijdonk, M., van Viersen S., Middel- Lalleman, M. M. N., & Reijnders J. J. W. (2015). The psychological well-being of early identified gifted children. Gifted Child Quartely, 1-15. doi: 10.1177/0016986215609113

Stof tot nadenken

Zitten begaafde leerlingen minder goed in hun vel? Kun je onderpresteerders herkennen door creativiteit te meten? Wat doet dat met het zelfbeeld en psychologisch welbevinden van een leerling? De wetenschappers onderzochten het psychologisch welbevinden van een divers geselecteerde groep begaafde leerlingen uit groep 3 en 4. Let wel op, ze voerden dit onderzoek uit met een beperkt aantal leerlingen op een beperkt aantal scholen. Interpreteer onderstaande daarom met voorzichtigheid, maar het geeft wel stof tot nadenken.

“Wat is begaafdheid?”

Verschillende leerkrachten geven verschillende antwoorden. “Hoge schoolresultaten”, zullen de meeste leerkrachten zeggen. Maar je kunt ook kijken naar bijvoorbeeld creativiteit. Het vermogen om nieuwe en nuttige ideeën te bedenken. Creativiteit wordt vaak in verband gebracht met begaafdheid. In het onderzoek hebben de onderzoekers naast hoge schoolresultaten ook creativiteit meegenomen. Ze kozen voor screeningsinstrumenten die hielpen een diverse groep begaafde leerlingen samen te stellen. Ze keken naar creativiteit, non-verbaal redeneervermogen (IQ) en lieten de leerkracht begaafde leerlingen selecteren. Als de leerlingen twee kenmerken lieten zien, werden ze als begaafd meegenomen in het onderzoek. De 69 leerlingen die geselecteerd waren, verdeelden we over drie groepen.

De eerste groep begaafde leerlingen kreeg een passend onderwijsaanbod. Daartegenover werd een groep begaafde leerlingen met een regulier onderwijsaanbod gezet. Tot slot voegden de onderzoekers daar een vergelijkbare groep gemiddeld begaafde leerlingen aan toe. Leerlingen en hun ouders van de verschillende groepen kregen een vragenlijst. Ook bekeken de onderzoekers of het uitmaakte op welke manier de begaafde leerling gesignaleerd was.

De onderzoekers vroegen zich af:

  • Hoe voelt een begaafde leerling zich?
  • Zit je beter in je vel als je een passend onderwijsaanbod krijgt?
  • Maakt het uit of de leerkracht erkent dat je begaafd bent?

Zelfbeeld van een begaafde leerling

Leerlingen hebben over het algemeen een positief zelfbeeld als ze voor het eerst naar school gaan. Als het echte leren begint, krijgen ze meer feedback en gaan ze zich vergelijken met anderen. Bij 6 tot 8 jaar oud is het zelfbeeld daardoor vaak minder positief. Een belangrijke leeftijd om te kijken naar het zelfbeeld dus.

Is het beeld van een begaafde leerling dan nog minder positief in vergelijking met een gemiddeld begaafde leerling? Speelt daarin het aansluiten bij de onderwijsbehoeften nog een rol? Het antwoord op die vragen is: ja! Uit het onderzoek blijkt dat begaafde leerlingen een lagere eigenwaarde en een lager gevoel van sociale acceptatie ervaren. Wellicht ontstaat dit omdat ze zich moeilijker kunnen meten aan andere leerlingen. Voelen zij zich daardoor anders? Zitten ze daarom minder goed in hun vel? Ook is het ontvangen van feedback een mogelijke verklaring. Leerlingen willen het liefst bevestiging dat ze iets goed doen. Geef je ze een compliment op het resultaat? Dan kiezen ze een taak om opnieuw hetzelfde compliment te krijgen. Bij een compliment op het proces kiezen leerlingen echter vaker een moeilijkere taak. Zij durven zichzelf beter uit te dagen.

Opvallende conclusies

  • Begaafde leerlingen met hoge schoolresultaten ervaren een hoger niveau van welbevinden dan begaafde leerlingen met gemiddelde resultaten. Het lijkt er dus op dat begaafde leerlingen met hoge schoolresultaten beter in hun vel zitten.
  • Begaafde leerlingen die door de leerkracht als begaafd zijn aangewezen, laten een hoger zelfbeeld zien en minder psychische- en gedragsproblemen. Dit laat zien hoe belangrijk het is dat de leerkracht begaafdheid van de leerling erkent.
  • Begaafde creatieve leerlingen laten een lager zelfbeeld zien en meer psychische- en gedragsproblemen.

Wat jij als orthopedagoog/psycholoog kunt doen

Bij begaafde leerlingen is het extra belangrijk om het welzijn en zelfbeeld in de gaten te houden. Gelukkig weet je in een onderzoek waar je op moet letten. Je kunt jezelf de volgende vragen stellen: Hoor ik van ouders tegenstrijdige verhalen van hoe het kind zich thuis gedraagt ten opzichte van de verhalen van de leerkracht? Is het gedrag plotseling of geleidelijk veranderd? Is er sprake van onzekerheid? Is het kind teruggetrokken of juist aanwezig? Is het kind afgeleid? Is er een lager gevoel van eigenwaarde in vergelijking met andere kinderen? Is er een lager gevoel van sociale acceptatie?

Jouw rol als orthopedagoog/psycholoog is om de verbinding tussen school en het kind te maken. Samen met de leerkracht kun je kijken wat passend is voor het kind in de klas. Daarnaast kun je ook aansluiten bij de kenmerken van het kind tijdens de behandeling.

Training over hoogbegaafdheid

Meer weten over begaafdheid, of over begaafdheid in relatie tot dyslexie? Volg dan de training Dyslexie en hoogbegaafdheid bij de Dyslexie Academie. Meer informatie over de training vind je hier.

Facebook
Facebook
Twitter
LinkedIn
INSTAGRAM